Als je twintig jaar geleden in de doorsnee Nederlandse kerk beweerde dat een christen onder invloed kan staan van boze geesten, werd je met argwaan bekeken. De laatste jaren verandert dat, zegt voorganger Wilkin van de Kamp. “We zien een kentering, een ontwaken. En dat is maar goed ook. Dat geeft ook ruimte voor de bevrijding van boze geesten.”
Veel vraag, weinig kennis
Wilkin van de Kamp (43) is getrouwd, vader van vier kinderen en sinds ‘99 voorganger van de Euregio Christengemeente Aalten/Bocholt, een evangelische gemeente op de Nederlands-Duitse grens. Onlangs organiseerde hij in Rotterdam een seminar over bevrijdingspastoraat, dat 500 deelnemers uit 200 kerken trok.In het jaar dat hij in Aalten/Bocholt voorganger werd, begon hij ook met het schrijven van een handboek voor bevrijdingspastoraat, Geboren om vrij te zijn. Van de Kamp, die tien jaar geleden voor het eerst werd geconfronteerd met demonen tijdens het bidden voor iemand, heeft er veel studie en praktijkervaring in samengevat. “Ik spreek in mijn eigen gemeente bijna nooit over demonie,” zegt hij, “want je moet niet gericht zijn op de vijand, maar op Jezus, de Bevrijder. Maar omdat we merkten dat er weinig bijbelse kennis over dit onderwerp was en wel veel vragen, zijn we begonnen een paar keer per jaar een seminar te houden voor kerkleiders. De psychiatrie houdt zich niet bezig met de geestelijke wereld, terwijl veel problemen een geestelijke wortel hebben. De seminars en het handboek zijn bedoeld om kerken daarvoor toe te rusten.”
Gebonden christenen
Neil Anderson, schrijver van het boek De Bevrijder, stelt dat liefst vijfentachtig procent van de christenen in meer of mindere mate last heeft van demonische gebondenheid. In het minst erge geval houden demonen deze christenen vast in negatieve, zondige denkpatronen en blijft hun relatie met God moeizaam. In het ergste geval staan ze te boek als ‘psychiatrische gevallen’. Van de Kamp herkent niet het percentage, wel de realiteit. “De Bijbel spreekt van mensen die gekweld worden door boze geesten. Wat is kwellen? Ik denk elke vorm van dwangmatigheid, angst, fobieën – en die dingen komen onder ons veel voor. Wat wij verreweg het meeste tegenkomen onder christenen is enerzijds gebondenheid als gevolg van occulte activiteiten in het verleden of zelfs in het voorgeslacht, en anderzijds gebondenheid door seksuele onreinheid. Dat zijn de twee grootste probleemgebieden.”
De kracht van zonde belijden
Dat er zoveel gebondenheid is onder christenen in Nederland, komt volgens Van de Kamp niet alleen maar door gebrek aan kennis, maar meer nog door gebrek aan openheid in de kerken. “Gebondenheid viert hoogtij waar zonden onbeleden blijven. Want waar onbeleden zonde is, claimt de duivel terrein. Zodra we die zonde belijden en dat terrein van ons leven openlijk aan Jezus overgeven, moet de duivel wel wijken; hij verliest er zijn recht op. De kracht van het belijden van zonden is dus gigantisch. Maar hoeveel gebeurt het in onze kerken en gemeenten? Hoe vaak is er gelegenheid voor, hoe vaak word je ertoe uitgenodigd? Hoe vaak passen we dit eenvoudige principe toe in ons pastoraat, het uitnodigen van mensen om hun zonden te belijden? Wat je vaak ziet in onze kerken is een enorme schaamte of angst, waardoor we alles maar onder het deksel houden. En daarmee behoudt de duivel zijn grip.”
De mate waarin gemeenteleden hun zonden belijden aan God en aan elkaar is bepalend voor de vrijheid in die gemeente, zegt Van de Kamp. “Jakobus zegt niet voor niets, ‘Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing ontvangt’. Het is één ding om je zonden in stilte aan de Heer te belijden, maar belijden aan elkaar is ook fundamenteel. We schuiven dat ten onrechte weg.”
Het begint bij kerkleiders
